Onge6

Cystitis

Interstitiële cystitis is een term die gebruikt wordt om te verwijzen naar een klinisch syndroom gekenmerkt door een chronische urinaire urgentie (het voelen van de noodzaak om onmiddellijk te plassen) en frequentie(frequent urineren). Meestal gaat dit samen met suprapubische pijn of druk en meestal wordt dit even gestopt door te plassen. De symptomen van deze aandoening variëren tussen individuen en kunnen zelfs variëren bij dezelfde persoon. De term “cystitis” verwijst naar een ontsteking van de blaas. In tegenstelling tot bacteriële cystitis als gevolg van een infectie in de blaas, worden geen besmettelijke organismen geïdentificeerd bij mensen met interstitiële cystitis.

Er is controversie in de medische literatuur over de definitie van interstitiële cystitis en het gebruik van het woord. Het Nationaal Instituut voor Diabetes en Maag-, Darm-en nierziekten (NIDDK) van de Amerikaanse National Institutes of Health (NIH) heeft een aantal diagnostische criteria voor onderzoeken in verband met interstitiële cystitis, en de oorzaken die werden gebruikt voor onderzoeksdoeleinden tot 2002. De NIDDK heeft in 2002 nieuwe criteria opgesteld om een diagnose te stellen voor pijnlijke blaasaandoeningen. In deze criteria staat dat de term PBS voorkeur verdient en dat de term ICS moet worden beperkt. Het moet worden gebruikt wanneer er sprake is van typische bevindingen die waargenomen zijn bij een cystoscopie of een biopsie van het blaasweefsel.

De ICS criteria luiden als volgt:

Bij het pijnlijke blaas syndroom is de klacht van suprapubische pijn in verband te brengen met het vullen van de blaas, samen met andere symptomen zoals een toename van dag-en nacht-frequentie, in de afwezigheid van bewezen urineweginfectie of andere duidelijke pathologie. De ICS is van mening dat dit de term “interstitiële cystitis” moet hebben. Interstitiële cystitis is een specifieke diagnose en vereist bevestiging door klinische cystoscopische en mogelijk histologische kenmerken.
In 2006 werden andere diagnostische criteria voorgesteld door de Europese Vereniging voor de Studie van de IC / BPS, hetgeen duidt op het gebruik van de term pijn in de blaas syndroom (BPS):

De diagnose wordt gemaakt op basis van de symptomen van chronische pijn in verband met de blaas samen met ten minste een ander symptoom zoals overdag en in in de nacht vaak moeten plassen. Dit wordt gedaan om andere ziektes uit te sluiten. Veel ziektes hebben namelijk gelijke symptomen.
Totdat er een overeenstemming is bereikt over de terminologie en definitie van de conditie, zal het moeilijk zijn om de werkelijke prevalentie van PBS / IC te bepalen. Schattingen van het aantal getroffen mensen lopen sterk uiteen en zijn afhankelijk van de criteria die worden gebruikt voor de diagnose.

Ondanks het gebrek aan overeenstemming over de diagnose van PBS / IC, zijn studies het erover eens dat de meerderheid van de getroffenen vrouwen zijn. Dit is ongeveer 90%. Hoewel iedereen met verschillende leeftijden dit kan krijgen, hebben vooral vrouwen van begin 40 hier last van. Dit zou kunnen komen door het hebben van kinderen. PBS / IC is waarschijnlijk geen erfelijke aandoening, maar bij sommige families komen er meer gevallen voor. Er wordt nog gevraagd naar een lopend onderzoek naar de mogelijke rol van erfelijke factoren in de ontwikkeling van PBS / IC.

Binnen verenigingen voor andere medische aandoeningen worden ook vrouwen gezien met PBS/IC. Vrouwen die eerder een gynaecologische operaties gehad hebben, hebben meer kans om regelmatig infecties aan de urinewegen te krijgen. Ook als de vrouwen PBS/ IC hebben, hebben ze meer kans op terugkomende infecties.
Er zijn bepaalde chronische ziektes die vaker voorkomen bij mensen die PBS/IC hebben dan gewone mensen. Voorbeelden van deze ziektes zijn inflammatoire darmziekten, systemische lupus erythematosus, prikkelbare darm syndroom (IBS), vulvodynia (chronische ongemak in de vulva gebied), allergieën, endometriose, en fibromyalgie. Hoewel elk van deze ziektes onderzocht is, en het meer voor komt bij mensen met PBS/IC dan bij gewone mensen, is er geen hard bewijs.

Resultaten van cystoscopie (visueel onderzoek van de binnenkant van de blaas via een probe) studies hebben aangetoond dat er twee IC patronen bestaan, ulceratieve en nonulcerative. Welk patroon het is, is afhankelijk van de aanwezigheid of afwezigheid van zweren in de blaaswand. Ster-vormige zweren in de blaaswand staan bekend als Hunner’s ulcera.

Na verloop van tijd kan interstitiële cystitis fysieke schade toebrengen aan de blaaswand. Littekenvorming en verstijving van de blaas kunnen optreden als gevolg van de chronische ontsteking, hierdoor kan de blaascapaciteit verminderen. Glomerulations (gebieden van punt bloedingen) en petechiale bloedingen kunnen worden waargenomen in de blaaswand.

Leave a Reply